Learn_to_speak_Dutch_banner

Learn Dutch Grammar - Solution 2

Oefening 1

The Van Dam family

Mr. Van Dam is a man. He has a wife. His wife is Mrs. van Dam. Mr. and Mrs. van Dam have three children. Wim is the son aged eighteen. Henk is the son aged thirteen. Hannie is their daughter; she is thirteen. Hannie is not a boy; she is a girl. Wim is Henk ’s brother. Hannie is their little sister. The Van Dam family has a house. It is a beautiful house.

Oefening 2

1

Meneer Van Dam is een man.

Mr. van Dam is a man.

2

Ja, mevrouw Van Dam is een vrouw.

Yes, Mrs. van Dam is a woman.

3

Ja, zij hebben kinderen.

Yes, they have children.

4

Nee, zij hebben drie kinderen.

No, they have three children.

5

Nee, Wim is geen meisje.

No, Wim is not a girl.

6

Nee, Henk is de broer van Hannie.

No, Henk is Hannie’s brother.

7

Ja, Hannie is dertien.

Yes, Hannie is thirteen.

8

Nee, Wim en Henk zijn de broers van Hannie.

No, Wim and Henk are Hannie’s brothers.

9

Nee, Hannie heeft geen zusje.

No, Hannie does not have a little sister.

10

Ja, de familie Van Dam heeft een mooi huis.

Yes, the Van Dam family has a beautiful house.


Oefening 3.

1

Het kind is tien

2

Wij zijn familie

3

Hun dochter is twaalf en hun zoon is achttien.

4

Hebben zij een huis?

5

Is Wim een meisje?

6

Henk is een jongen.

7

Het kind heeft geen familie

8

Ik heb twee broers en één zuster.

9

Wim heeft geen mooi huis.

10

Mevrouw van Dam is een vrouw.



*** Back to lesson 2 ***